“De verwarring slaat toe tussen mijn rijmen, muziekskes en vertellementen.”
Dat ons vader ook van het Westhoekse lied hield, weet wel iedereen. En Willem Vermandere, zoals zo vaak, vertaalt het krachtig, in een paar woorden, wat hem overkomt. Wat ook ons vader overkomt.
Geboren in Brugge in 1938, vierde in de rij van vijf zonen en twee dochters van Andre Vandermeersch en Rachel Louwaege, vroom omringd door een katholiek kader van pasters en nonnen, waar gebedsboek en spaarboek elk hun plaats op de kast hadden. Tot op de laatste dag.
Als ijverig student, stofjas in de aanslag, rondde hij vlot zijn Rechtenstudies aan de KU Leuven af en vulde die aan met stops in New York, Dublin en, dichter bij huis, Vlerick.
Nadat hij mama had ontmoet leidde een uitgebreide briefwisseling – er moest tenslotte over alles goed nagedacht worden – uiteindelijk tot een familiale rondreis langs Brabantse en Antwerpse steden en gemeenten waar eerst Joke, dan Veerle en uiteindelijk ikzelf ook aan deelnamen. Zelfs Nederland ving ons tijdelijk op.
Tussendoor verlegde hij opeenvolgend papieren bij meerdere bankinstellingen. Je zult het misschien niet geloven maar Ferre Grignard was ooit nog klant toen papa achter het loket van de Beneluxbank zat. Zijn leven was, naast z’n gezin, z’n broers en zussen, z’n neven & nichten, zijn werk. Tot op de laatste dag.
Halfweg de jaren tachtig kleurde de hemel voor hem donkergrijs toen mama, hoeksteen van ons gezin, wegviel terwijl tegelijkertijd ‘zijn’ Continental Bank in zeer woelig financieel vaarwater terecht kwam. Het werd de overgang naar een nieuw leven met als hoogtepunt de dag dat Annemie ons weer een gezin maakte.
Werkgewijs werd papa’s financiële expertise gewaardeerd bij een hele resem projecten: geen Vlaams proper water, geen Vlaamse mobiele telefonie, geen spoortunnel onder ’t Stad zonder ons vader (en een pak ander volk). Maar misschien hielp hij nog het liefst de Zusters van Onze-Lieve-Vrouw-Waver en van Beveren, tegen de minnelijke vergoeding van een gebed. Want zijn geloof sterkte hem. Tot op de laatste dag.
En intussentijd verboomde de stam verder: eerst Kaat, dan Tobias en Pieter. En wat later ook nog Willem en Anna. Elk aan hun weg bouwend met het respect en de waarden die we van papa, mama en Annemie meekregen. Er kwam tijd om met familie en/of vrienden nog meer mooie momenten te delen, afgewisseld met het bestuderen van meerdere kranten en steeds met een aandachtig oor voor het gesproken dagblad en het theater dat de politiek soms heet te zijn.
Een zoete eetcultuur, een vleugje jazz van Tobias, een rijm of een cabaretiers-typetje, opera, eendjesbal, ook sport – waar kijken belangrijker is dan deelnemen – wisselden elkaar regelmatig af. Reizen, met de Greyhound door Amerika, Frankrijk, zelfs tot in Australië maar steeds graag terugkerend naar de warme thuis. Om gewoon gezellig samen te zijn. Eerst zonder maar de laatste jaren met Parkinson erbij. Tot op de laatste dag.
“Dag schoon volk, stel het wel. Speel en zing maar verder en ik… blijf lopen langs de strate…”
Broer Koen tijdens papa’s afscheidsdienst in de Sint-Walburgiskerk



toevluchtsoord”. Wie had een half jaar geleden kunnen denken dat onze nieuwjaarswens zo toepasselijk zou zijn? En hoe vat je in godsnaam herinneringen aan een leven van bijna een eeuw samen?
